Federale verplichting in het kader van de arbeidsdeal
De wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen bepaalt dat elke voltijdse werknemer een individueel opleidingsrecht heeft.
Dit recht bedraagt 4 dagen in 2023 en 5 dagen vanaf 2024.
De wet heeft betrekking op zowel formele als informele opleidingen (die rechtstreeks verband houden met het werk). De opleiding kan eveneens betrekking hebben op materies inzake het welzijnsbeleid zoals bepaald in de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitoefening van hun werk.
Sectoraal kunnen bij collectieve arbeidsovereenkomst andere regels gelden.
Opleidingsplan
De arbeidsdeal brengt een nieuwe verplichting mee voor werkgevers met minstens 20 werknemers in dienst: elk jaar een opleidingsplan opstellen vóór 31 maart.
Het plan wordt opgesteld voor alle werknemers: het is een algemeen opleidingsplan.
De sociale partners kunnen echter via een CAO minimumeisen vastleggen voor een opleidingsplan.
Een dergelijke CAO zou het mogelijk maken een sectoraal opleidingsplan (specifiek formaat) op te stellen dat voldoet aan de eisen van zowel de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg als de sector.
Momenteel bestaat er geen CAO voor in de dienstenchequesector waarin de minimumvereisten zijn vastgelegd. Daarom gelden de volgende regels.
Alles wat je moet weten op een rijtje gezet:
- Welke werkgevers zijn verplicht om een opleidingsplan te maken?
- Duur van dit opleidingsplan?
- Wat moet er in het opleidingsplan precies staan?
- Hoe ziet een opleidingsplan eruit?
- Wat is de procedure?
Concreet voor de dienstenchequesector:
De hierboven beschreven procedure is de procedure die vanaf 1/1/2023 moet worden gevolgd. Als de sociale partners een CAO sluiten, kan dat in de toekomst anders zijn. We zullen hierover communiceren, zodra we meer informatie hebben.
Heb je vragen over deze verplichting, neem dan contact op met je werkgeversfederatie of je sociaal secretariaat.
